en English
b

De Wet Arbeidsmarkt in Balans kan banen gaan kosten

Artikel door Michael Bouwens

Op 1 januari 2020 treedt de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) in werking. Die heeft grote, vooral financiële gevolgen. Zo is er straks sprake van een flinke stijging van de WW-premie bij contracten voor bepaalde tijd, terwijl de daling van de WW-premie bij contracten voor onbepaalde tijd lager is. Per saldo zorgt dit voor hogere loonkosten bij bedrijven die flexibele arbeid aanbieden.

Ook bepaalt de nieuwe wet dat medewerkers met een tijdelijk contract vanaf hun eerste werkdag recht hebben op een transitievergoeding. Nu is dat nog het geval na een dienstverband van twee jaar. Deze extra loonkosten leiden onvermijdelijk tot een tariefstijging van 4 tot 8%, afhankelijk van de branche en de mix van vast personeel en flexibel personeel.

Een meerderheid van de ondernemingen die voorzien in de behoefte aan outsourcing, heeft te maken met een cao die al zorgt voor een jaarlijkse stijging van de lonen. Neem de cao voor particuliere beveiliging: de indexatie en een extra periodiek zorgen voor een stijging van de tarieven met 4%. In combinatie met de WAB leidt dit tot een buitengewone tariefsverhoging van 8 tot 12% in deze sector. In andere sectoren voor facilitaire dienstverlening, zoals schoonmaakdiensten en uitzendwerk, gelden vergelijkbare stijgingen.

De WAB zorgt niet alleen voor stijgende personeelskosten bij bedrijven die actief zijn in een sector waarin de marges traditioneel flinterdun zijn. Het zadelt opdrachtgevers van deze ondernemingen ook nog eens met aanzienlijk hogere tarieven op.

Het doel van de WAB is zonder twijfel goed, maar ook hier geldt dat het doel zeker niet in alle gevallen de middelen heiligt. Waar de wet bedoeld lijkt om de positie van categorieën werknemers te verbeteren, is het zeer de vraag of zij op termijn niet een flink aantal banen gaat kosten.

Dit artikel verscheen in Het Financieele Dagblad (3 december 2019).