nl Nederlands
b

‘Natuurlijk lijkt de uitkomst van de recente cao-onderhandelingen in beginsel goed nieuws voor de duizenden beveiligers’

Nieuwe CAO Particuliere Beveiliging gaat sector en haar klanten schaden

Article by Michael Bouwens

CEO & Founder bij bouwens&

3 October 2018

Vakbond FNV Beveiliging en werkgevers in de particuliere beveiliging werden het eind september 2018 eens over een nieuwe CAO. De gemaakte afspraken worden voorgelegd aan de verschillende achterbannen, waarna vermoedelijk een algemeenverbindendverklaring volgt. Eerder bereikten vakbonden al een akkoord voor 4.000 beveiligers op Schiphol. Zij krijgen meer loon.

Onder de nieuwe CAO - die tot 1 juli 2023 gaat lopen - krijgen zo’n 30.000 beveiligers niet alleen een jaarlijkse loonsverhoging, maar ook een soepeler werkrooster. Dat betekent niet alleen meer hersteltijd, maar vooral een gemiddelde werkweek die flink korter wordt: van maximaal 152 uur per vier weken naar maximaal 144 uur. Bij gelijkblijvende - en zelfs stijgende - loonkosten komen de marges van werkgevers in de sector onvermijdelijk stevig onder druk te staan.

Voor grote beveiligingsbedrijven zijn loonsverhogingen en sterk teruglopende marges vervelend, maar op te brengen. Voor kleine, gespecialiseerde spelers in de markt is dat laatste echter niet het geval. Hoe zij hiermee om moeten gaan blijft vooralsnog onbesproken.

Fundamenteler is echter dat loon en werkdruk slechts twee factoren zijn die de mate van baantevredenheid bepalen. Thema’s die ook in deze onderhandelingen consequent buiten beschouwing zijn gebleven zijn zaken als training, loopbaanbegeleiding, maar ook ‘randvoorwaarden’ als fatsoenlijke bedrijfskleding. De onterechte aanname lijkt hier geweest dat meer loon en minder uren de enige wensen van deze omvangrijke beroepsgroep zijn.

Natuurlijk lijkt de uitkomst van de recente cao-onderhandelingen in beginsel goed nieuws voor de duizenden beveiligers. Een ogenschijnlijke overwinning. Maar, de eenzijdige focus op bezoldiging en werkdruk in combinatie met het negeren van de financiële gevolgen van sectorbrede loonstijgingen voor kleinere werkgevers mist elke realiteitszin. Partijen aan beide kanten van de onderhandelingstafel zijn het aan hun respectievelijke achterban verplicht om de meer complexe onderdelen van de discussie en de enorme risico’s van gemaakte keuzes ten minste te adresseren, in plaats van te omzeilen.